Plaatsnamen: de plaats

We leven in tijden van bewustwording. Van de Clash of Civilizations tot #metoo, van white privilige tot Black Lives Matter, van Kinderen van de collaboratie tot Kinderen van de kolonisatie, van Occupy Wall Steet tot gele hesjes, van transmigranten tot Gutmenschen, van gender tot klimaat, en zo kunnen we nog wel even doorgaan.
Allemaal hebben ze één gemeenschappelijk grondthema: identiteit.
En allemaal komen ze met de nodige gevoeligheden.

Denk bij dat laatste alleen maar aan de hoog oplopende gemoederen omtrent zwarte Piet, of aan de woede die lieve meisjes als Anuna de Wever en Pipi Thunberg bij sommige mensen weten op te wekken, enkel en alleen maar omdat ze met hun priemende minderjarige wijsvingers naar een zéér groot, iedereen aangaand, en enkel door ‘grote mensen’ aan te pakken probleem wijzen. 

– Act now, please, of we gaan er allemaal aan!  
Zeg, wie denken jullie wel dat je bent dat je ons de les meent te kunnen lezen! Ga terug naar school, jullie onnozele pubers!

Zucht.

We leven in tijden van alomvattende bewustwording en Grote Gevoeligheden, en in tijden waarin de grens tussen bewustwording en overgevoeligheid soms… een gevoelige is.

Behoort het nafluiten van een vrouw op straat tot luchtig geflirt, of is het seksuele intimidatie….?

Of neem ‘altijd weer die eerste vraag‘ van Auto Toon aan ‘Allo Toon: ‘Waar kom je vandaan?
Laat dit werkelijk zien dat ‘de Europese samenlevingen nog altijd niet openstaan voor het idee van migratie‘, zoals ‘Europees Denker’, ‘veelgeprezen romancier, politiek activist, en scherpzinnig essayist’ Ilija Trojanow in een interview beweert …?

Let op de precisering. ‘Europese samenlevingen’.

Nog los van het droge feit dat de gehele menselijke geschiedenis, en dus ook die van de Europese samenlevingen, er een is van migratie…. – welke samenlevingen staan er wél van harte open voor het idee van migratie? Laat ik dat preciseren, want het idéé van migratie heeft niet zoveel tegenstanders – het is vooral de praktijk ervan die weerstand oproept. Iedereen is hartelijk welkom, tot ‘de vreemdelingen’ daadwerkelijk voor de deur staan, en vervolgens ook nog willen blijven.
Dus: welke samenleving heeft in zijn geschiedenis nooit problemen gekend met de gevolgen van een of andere vorm van migratie?
Zegt het niet veel, zo niet alles, dat er in elke samenleving een woord of uitdrukking voor ‘vreemdeling’ bestaat? Voor degene die uit een ándere samenleving komt, en daarmee ‘vreemd’ is aan de eigen manier van samenleven, iets wat al eens tot conflicten wil leiden.

Is de vraag waar iemand vandaan komt overigens niet een vraag die iederéén elkaar voortdurend stelt.
Een gedachte-experiment: bestaat er iemand in uw vriendenkring waar u níét van weet waar hij vandaan komt? Kunt u zich voorstellen dat u een week lang met een onbekende optrekt, zonder hem ooit te vragen waar hij vandaan komt? Een dag zelfs? Een middag, een uur…? (Of u het onthoudt is weer iets anders.) Hoe lang duurde het voor u uw geliefde die vraag stelde?

Waar ik me aan kan ergeren: als iemand waarvan het bekend is dat hij of zij in, zeg, België geboren is, op de vraag ‘waar kom je vandaan?’ niet antwoord met iets als Zultegem, Antwerpen of Charleroi, maar met iets als Marokko of Zimbabwe.
Is dát niet veeleer een teken dat ‘samenlevingen nog altijd niet openstaan voor het idee van migratie‘?
Je kan dat ook omdraaien: ik sla altijd inwendig aan het juichen als iemand met een gekleurde huid op de op die huidskleur gerichte vraag ‘waar kom je vandaan?’ antwoordt met iets als: Uit Oelegem.
Het blijft een dilemma voor wie in een samenleving woont waarin hij een andere huidskleur heeft dan de meerderheid van die samenleving.

Maar aan wie stelt een mens die vraag nou? 
Waar kom je vandaan?’
Aan de vreemdeling, de ander, een onbekende die hij juist ontmoet.
Waarom?
Omdat men van het anwoord verwacht een idee te krijgen van wie je bent‘ – stelt Trojanow terecht in hetzelfde interview. 
Een idee willen krijgen over wie een ander is – dat lijkt me toch het tegenovergestelde van een xenofobe afwijzing en eerder een vorm van aansluiting zoeken.
Trojanow: ‘Maar als ik antwoord dat ik uit Bulgarije kom, weten mensen nog helemaal niks over mij – hooguit kunnen ze dan terugvallen op hun vooroordelen over dat land.’ Waarna de opmerking over het niet openstaan van Europese samenlevingen voor het idee van migratie.

Tja. Waar we vandaan komen – wat zegt dat over ons?

Soms vraag ik weleens aan iemand met een andere huidskeur: ‘Waar komt jouw kleur vandaan?
Waarom? Wat zegt dat dan verder over die persoon?
Wel: ik vraag dat dan uit nieuwsgierigheid, en nog nooit heeft dat tot een antwoord geleid dat niets over die persoon vertelde, integendeel zelfs.

Wat mij betreft, is de vraag waar iemand vandaan komt een fundamenteel menselijke, zoals eenieder dat ook over zichzelf afvraagt, is het altijd een nieuwsgierige, en is elke uiting van nieuwsgierigheid naar een ander een opening voor die ander om zijn verhaal te doen.

Dat Trojanow uit Bulgarije komt, zegt wel degelijk iets over hem.
Wat precies, is aan hem om te vertellen.
Moet hij er wel eerst naar gevraagd worden.

Interview met Ilija Trojanow: HUMO 16 april 2019